De moeder van Metin spreekt vrijuit

 

Het verfprocédé was zó geheim dat we doeken ophingen tegen inkijk. Zo konden de buren niet zien waarvan we de verfstoffen maakten.

 
De hamamdoeken van Happy Towels worden geweven in een familiebedrijf. Al 100 jaar.
 
Dat had Metin me zelf verteld.
 
De laatste keer dat ik de familie bezoek, spreek ik met zijn moeder over vroeger.
 
Uw opa was met weven begonnen, toch?, open ik het gesprek.
 
Nou nee, de tantes van mijn moeder weefden al veel langer, zegt ze. En die hadden het van hun ouders geleerd.
 

In mijn hoofd kom ik tot minimaal 150 jaar.

 
Dus de grootouders van uw opa waren de eerste?, check ik.
 
Verder dan dat weet ik het niet, antwoordt ze.
 
Ze gaat rechtop zitten. Ik zie dat ze graag praat over vroeger. Ze heeft een mooie melodieuze stem.
 
In die tijd had iedereen in dit dorp weefgetouwen thuis. Helemaal van hout. Die stonden gewoon in de woonkamer. Echtparen weefden gebroederlijk naast elkaar. We maakten niet alleen hamamdoeken, maar ook wikkeldoeken, dus kleding. Die waren niet van katoen maar van puur zijde.
 
Achterin elk huis stond een enorme pan en in die pan verfden we het garen. We wisten precies welke wortels, vruchten en noten welke kleur gaven. Die grondstoffen maalden we met een vijzel tot poeder. En daarmee kleurden we het garen.
 
Het verfprocédé was geheim. Zo geheim dat we doeken ophingen tegen inkijk. Dan konden de buren niet zien waarvan we de verfstoffen maakten.

 
Plotseling staat ze op. Wacht even. Ik heb nog wat wikkeldoeken bewaard.
 
Als ze terug komt heeft ze twee wikkeldoeken om. Ze ziet er uit als een personage uit een oude kostuumfilm.
 

Zo liepen we er vroeger bij. Dit was 40, 50 jaar geleden de dracht van deze streek.

 
Samen gaan we op de foto. Naast haar lijk ik boomlang, maar ik ben helaas verre van dat.
 
Je was de hele dag bezig. Met je hoofd, je armen en je benen. We waren altijd aan het tellen, want om de zoveel tellen moest er een andere kleur door. Onze benen bedienden de pedalen van het weefgetouw. Onze handen de inslagdraden.
 
Pas in 1983 kregen we ons eerste gemotoriseerde weefgetouw. Tot die tijd was iedereen door de fysieke arbeid heel dun.

 
Ze knikt naar Metin die dat niet is.
 
Metin lag als baby in een schommelbedje te slapen. Dat bedje hing met touwen aan het plafond. Als hij wakker werd gaf ik zijn bed een zetje en dan viel hij weer in slaap. Zo ging dat in die tijd. Als peuter speelde hij autootje met lege klossen. Hij rolde ze tussen de weefgetouwen door.
 

Metin’s moeder kan ook kritisch zijn.

 
In mijn tijd speelden we altijd buiten. Nu zijn de kinderen altijd binnen; ze kijken de hele dag TV of ze gamen.
 
Toen de lokale klederdracht niet meer gedragen werd, stapten we helemaal over naar hamamdoeken. Zoals iedereen hier in het dorp. Dat komt doordat jonge mensen er dol op zijn. En terecht!