Redding of Einde? Mijn poging om historische weefgetouwen in Turks weefdorp te behouden

Oud weefgetouw met schietspoel (klosje draad dat heen en weer wordt geslingerd)

Op een dag kreeg ik een speciaal verzoek, waar het voortbestaan van oude weverijen vanaf hing. Het verzoek kwam van Aydin, een dorpsgenoot van onze huiswever Metin.

Voor Aydin heb ik groot respect. Hoewel hij alleen de lagere school afmaakte, dicht ik hem grote wiskundige kwaliteiten toe. Aydin bedenkt namelijk weefpatronen – gewoon in zijn hoofd.

Wáánzinnig knap vind ik dat

Tien jaar geleden ontmoette ik wever Metin en zijn familie in het Turkse dorpje Buldan. Daar weefden ze op oude lichtgemotoriseerde weefgetouwen, bestaand uit hout en gietijzer, zo oud en bijzonder dat ze in Nederland in een museum staan. Door het gietijzer, de schietspoelen en weefschuiten schatte ik ze uit de jaren ’50.

Maar ze kunnen best nog ouder zijn.

Langs de zijkant van de weefgetouwen hingen lange slierten van kartonnen ponskaarten

De ponskaarten werden gemaakt door Aydin. Elke kaart bevat informatie voor één weefslag, vastgelegd in gaatjes. Om te bepalen waar de gaatjes komen, gebruikt Aydin een Commodore Amiga uit 1990 – het laatste computersysteem waarop het benodigde weefpatronenprogramma draait.

Lagen dik plakband glimmen om de randen van de verkleurde computer

Op een dag vraagt Aydin mij om hulp. Hij heeft speciaal karton nodig voor de ponskaarten – slijtvast, maar toch makkelijk te perforeren. In Turkije is het nergens meer te vinden, vertelt hij. Daar wordt het niet meer gemaakt. Of ik wil kijken of het in Nederland verkrijgbaar is.

Maar na vele maanden van rondbellen en -mailen met kartonhandelaren en weefmusea, sta ik met lege handen.

Eén museum schrijft me dat ze zélf ook op zoek zijn naar dit soort karton

Met lood in de schoenen vertel ik Aydin het nieuws. Tot mijn verrassing lijkt hij onbewogen. “Het is tijd om de oude weefgetouwen weg te doen,” zegt hij. “Ze zijn verouderd.” Deze reactie verrast me, vooral omdat Metin’s broer mij eerder vertelde dat die juist erg gehecht is aan die oude dingen.

Wanneer ik later Metin’s broer vraag wat de voordelen van deze oude weefgetouwen zijn, somt hij op:

  • Ze weven langzaam, ongeveer 15 doeken per dag (nieuwe machines het 10-voudige)
  • Ze zijn arbeidsintensief, want er past niet veel draad op een schietspoel, waardoor die snel leeg raakt en verwisseld moet worden. Daarbij moeten de draadeinden telkens aan elkaar worden geknoopt
  • En ze maken veel weeffouten.

In werkelijkheid hebben ze dus alleen nadelen.

“Maar ik ben eraan gewend,” licht hij zijn voorkeur toe.

In de jaren ’70 komen de eerste weefmachines op de markt die zonder schietspoelen werken, waardoor één wever meerdere machines tegelijk kan bedienen. Deze nieuwe machines hebben de kartonnen ponskaarten niet meer nodig, een teken van technologische vooruitgang en een nieuwe tijd. Op zulke machines weeft Metin de Happy Towels.

Als de oude ponskaarten versleten zijn, moet de broer van Metin definitief afscheid nemen van zijn museale weefgetouw.

Dat duurt niet lang meer.

Aydin maakt ponskaarten voor weefgetouw

Op deze foto is de hand te zien van Aydin die ponskaarten maakt. De ponskaarten worden na het perforeren aan elkaar geregen en aan een weefgetouw gehangen. Kleine metalen pinnen ‘lezen’ de gaatjes uit en bepalen zo het weefpatroon.

Een weefpatroon wordt gevormd door een deel van de naast elkaar gelegen lengtedraden op te tillen. Nu ontstaat er een opening tussen de wel- en niet opgetilde lengtedraden. Door die opening wordt een klos garen (de schietspoel) geschoten. Vervolgens worden andere lengtedraden opgetild voor een volgende inslag. Door de afwisseling van opgetilde lengtedraden ontstaat een patroon. Welke lengtedraden bij een inslag worden opgetild, staat ‘geprogrammeerd’ in een ponskaart.

Op de ponskaarten wordt grote kracht uitgeoefend. Daarom is het cruciaal dat het karton slijtvast is. Modern karton is veel zachter en daarom ongeschikt voor de weefgetouwen.

Meer lezen over Aydin